Zending Gereformeerde Gemeenten (ZGG) maakt met blijdschap bekend dat in de afgelopen dagen de gemeenten in Delvinë (Albanië) een eigen predikant heeft ontvangen, voortkomend uit 30 jaar zendingswerk in dit land. Tevens is de gemeente geïnstitueerd.
Vrijdag 9 oktober
In een speciaal belegde kerkdienst op vrijdagmorgen 9 oktober bevestigt ds. S. Maljaars eerst Pëllumb Qerimi en Fatos Çuno tot ouderling. Daarmee is de gemeente geïnstitueerd. In dezelfde dienst wordt Klement Rizallaraj tot predikant bevestigd.
Ds. Maljaars leidt deze dienst namens het zendingsdeputaatschap. Hij preekt over 2 Timotheüs 4 vers 22: ‘De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De genade zij met ulieden. Amen.’ Deze ambtelijke zegenwens werkte hij uit in twee gedachten: 1) De zegenwens voor de dienaar en 2) De zegenwens voor de gemeente. Ambtsdragers zijn dienaars die God eren en trouw werken aan de komst van Gods Koninkrijk. Paulus werpt de ambtsdragers op Christus. Het ambt komt van Christus en het staat in het perspectief van Zijn wederkomst.
Aan de handoplegging nemen naast ds. S. Maljaars deel: ds. H.J. Agteresch, ds. Albert Kona, ouderling Pëllumb Qerimi, evangelist Henk Visser en theologisch toeruster Gerard Wassink. De drie bevestigde ambtsdragers tekenen daarna in de dienst het ondertekeningsformulier voor ambtsdragers.
Directeur P. Eikelboom memoreert in een korte toespraak de geschiedenis van de gemeente. Hij overhandigt symbolisch een vergrote katheder en een reproductie van een schilderij van Jan van ’t Hoff over de visvangst uit Johannes 21.
Na de dienst komt de gemeente met alle gasten samen voor een maaltijd. Tijdens de maaltijd is er samenzang en worden nog wat toespraken gehouden.
Zondag 11 oktober
De trouw van God en Zijn zorg klinken door in de intredepreek van ds. Klement Rizallaraj op zondag 11 oktober. De predikant staat stil bij Numeri 11 vers 11-12 en spreekt over de last die God op Mozes legt. Hij behandelt drie punten: 1) De last van de roeping tot het dienstwerk, 2) De taak van de herder en leraar, namelijk dienaar zijn en 3) De zorg van de Heere voor de herder.
Ds. Klement benadrukt dat een predikant een dienaar is, maar geen eigenaar van de gemeente. De gemeente is van God en de kracht komt alleen van Hem. De zorg van de Heere gaat door. Een predikant moet niet trots zijn; hij is slechts een middel. Dit maakt zijn verantwoordelijkheid niet klein, wánt de kudde is van de Héére. ‘We moeten dus heel getrouw en gewetensvol handelen en niet te scherp corrigeren.’
v.l.n.r.: Henk Visser, ds. Klement Rizallaraj, ds. S. Maljaars, ouderling Pëllumb Qerimi en ouderling Fatos Çuno