Op 8 september 2026 is het vijftig jaar geleden dat ds. J.J. van Eckeveld werd bevestigd tot predikant in de Gereformeerde Gemeenten. Een halve eeuw is een lange periode. Wie terugkijkt op deze jaren, ziet niet alleen een predikant die trouw aan één gemeente verbonden bleef, maar ook een ambtsdrager die op tal van terreinen binnen en buiten zijn kerkverband van betekenis is geweest.
Ds. J.J. van Eckeveld werd op 16 april 1948 geboren in Vierhouten. In 1972 werd hij toegelaten tot de opleiding aan de Theologische School.. Na vier jaar studie werd hij in juni 1976 beroepbaar gesteld. Uit tientallen beroepen mocht hij dat van de gemeente Zeist aannemen. Op 8 september 1976 werd kandidaat Van Eckeveld daar door ds. A. Vergunst in het ambt bevestigd.
In de avonddienst deed hij zijn intrede met de woorden uit 2 Timotheüs 2:15: „Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.” Het is een tekst die achteraf gezien veelzeggend is voor zijn ambtsperiode: het Woord van God verkondigen en daarin als dienaar trouw zijn aan zijn Zender.
Bijzonder is dat ds. Van Eckeveld zijn gehele ambtelijke loopbaan aan één gemeente verbonden is gebleven. De vele beroepen die in de loop der jaren op hem werden uitgebracht, veranderden daar niets aan. Uiteindelijk zou hij ruim 42 jaar en 7 maanden de gemeente van Zeist dienen, tot zijn emeritaat in april 2019.
Dat langdurige verblijf zegt iets over de band die in die jaren tussen predikant en gemeente ontstond. Generaties gemeenteleden werden onder zijn prediking geboren, gedoopt, onderwezen, belijdenis afgenomen en begraven. Hij maakte lief en leed met de gemeente mee. De gemeente veranderde in die ruim vier decennia ingrijpend, maar de roeping van de predikant bleef dezelfde: het Woord van God verkondigen.
Prediking: zonde, genade en Christus
Wanneer ds. Van Eckeveld zelf terugblikt op zijn predikantschap, spreekt hij opvallend eenvoudig over zijn eigen aandeel. Ter gelegenheid van zijn 45-jarig ambtsjubileum zei hij dat hij zichzelf altijd heeft gezien als een tekortschietend instrument in Gods hand. Tegelijk wees hij erop dat het predikambt aan mensen is toevertrouwd en niet aan volmaakte engelen.
De kern van wat hij wilde uitdragen, omschreef hij als het verkondigen van de werkelijkheid van de zonde en schuld van de mens en tegelijkertijd van de genade van God in Christus. Juist daarin lag voor hem de ernst én de rijkdom van het Evangelie.
Dat geeft ook een inkijk in de wijze waarop hij zijn roeping heeft verstaan. Niet de predikant zelf staat centraal, maar het Woord dat hem is toevertrouwd. De vrucht van het werk ligt uiteindelijk niet in menselijke handen. Zoals bij zijn 40-jarig jubileum vanuit de gemeente werd uitgesproken: de eeuwigheid zal de vrucht van de arbeid openbaren.
Een brede taak
Het ambtswerk van ds. Van Eckeveld bleef niet beperkt tot de eigen gemeente. In de loop der jaren kreeg hij binnen het kerkverband talrijke verantwoordelijkheden.
Zo was hij vanaf 1977 tot 2008 betrokken bij het deputaatschap voor de Zending, eerst als secretaris en later als voorzitter. Ook was hij jarenlang betrokken bij het deputaatschap voor Studerenden en bij het deputaatschap Buitenlandse Kerken.
Een bijzonder belangrijke plaats nam zijn werk voor de Theologische School in. Vanaf 1994 maakte hij deel uit van het curatorium. Eerst was hij tweede secretaris en vanaf 2002 voorzitter. Daarmee was hij gedurende vele jaren betrokken bij de opleiding en begeleiding van toekomstige predikanten binnen de Gereformeerde Gemeenten.
Ook op het terrein van de kerkelijke eenheid was hij actief. Vanaf 2001 was hij voorzitter van het deputaatschap Kerkelijke Eenheid. In gesprekken en publicaties benadrukte hij het belang van geestelijke herkenning en eenheid op grond van Schrift en belijdenis. Daarbij keek hij ook over de grenzen van het eigen kerkverband heen.
Ds. Van Eckeveld was daarnaast jarenlang betrokken bij De Saambinder. Van 1989 tot 2015 werkte hij mee aan het kerkelijke weekblad. Ook was hij verbonden aan de Cursus Godsdienstonderwijs en verrichtte hij werkzaamheden op het terrein van buitenlandse kerken.
Zijn brede belangstelling kwam ook naar voren in publicaties. Zo werkte hij mee aan een theologische verkenning over het gezag van de Schrift, samen met ds. G. Clements en ds. P. Mulder.
Generale Synode
Wie de kerkelijke geschiedenis van de Gereformeerde Gemeenten van de afgelopen decennia kent, zal de naam Van Eckeveld ook verbinden met de generale synoden.
Hij was maar liefst tienmaal lid van het moderamen van een generale synode. Tweemaal diende hij als derde scriba, eenmaal als tweede voorzitter en zevenmaal als voorzitter. Ook was hij vanaf 1993 voorzitter van het deputaatschap Vertegenwoordiging en Voorlichting.
Daarmee werd hij een van de vertrouwde gezichten van het kerkverband bij officiële gelegenheden en contacten met andere kerken en organisaties. Zijn werk kreeg daardoor niet alleen plaatselijk, maar ook landelijk en internationaal betekenis. Bij zijn 25-jarig ambtsjubileum werd hij vanwege zijn verdiensten benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Beproeving
Een terugblik op vijftig jaar predikantschap zou niet compleet zijn zonder de persoonlijke beproevingen die ds. Van Eckeveld heeft meegemaakt. In 1999 werd bekend dat hij leed aan multiple sclerose. Later, in juni 2011, werd hij getroffen door een hartinfarct en kreeg hij zelfs een hartstilstand. Na reanimatie en het plaatsen van een stent mocht hij herstellen.
Bij zijn 40-jarig jubileum werd juist in dit verband gewezen op Hebreeën 12:1 en 2: „En laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is; ziende op de oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus.” Dat Bijbelwoord had voor ds. Van Eckeveld door de jaren heen een bijzondere betekenis gekregen.
Ook in een later interview sprak hij nuchter over zijn lichamelijke achteruitgang. Zijn woorden waren: „De Heere heeft het in mijn leven echter nog nooit verkeerd gedaan.”
Genade staat centraal
Op 8 september 2026 staat er een markering van vijftig jaar. Toch lijkt het niet passend om bij zo'n jubileum alleen te kijken naar aantallen, functies en jaren.
Vijftig jaar predikantschap betekent duizenden preken, talloze pastorale gesprekken, catechisaties, bezoeken, begrafenissen, huwelijksdiensten en kerkdiensten. Het betekent ook vergaderingen, synoden, deputaatschappen, contacten met kerken in binnen- en buitenland en de begeleiding van jonge mensen die zich voorbereidden op het predikantschap.
Maar achter al die werkzaamheden staat uiteindelijk één roeping: dienaar van het Woord zijn.
Bij zijn 45-jarig jubileum verwoordde ds. Van Eckeveld dat zelf treffend. Terugkijkend op zijn ambtsjaren sprak hij niet in de eerste plaats over prestaties, maar over Gods goedheid. Hij zag zichzelf als een tekortschietend instrument, maar mocht tegelijk ervaren dat God Zijn werk wilde voortzetten door middel van mensen die daarin zelf tekortschieten.
Dat maakt ook de terugblik op vijftig jaar predikantschap bijzonder. Niet omdat één mens vijftig jaar lang sterk en onvermoeibaar is geweest, maar omdat God in al die jaren Zijn Woord heeft willen laten verkondigen.
Daarom past bij dit gouden ambtsjubileum niet alleen dankbaarheid voor vijftig jaar arbeid, maar vooral de bede dat God de vrucht van die arbeid wil doen kennen. Wat mensen zien, is slechts een klein gedeelte. De prediking klinkt in een kerkgebouw, een catechisatie vindt plaats in een lokaal, een pastoraal gesprek wordt gevoerd bij iemand thuis. Maar wat God daarmee doet in het hart van mensen, blijft grotendeels verborgen.
De woorden die bij het 40-jarig jubileum werden uitgesproken, blijven daarom ook bij vijftig jaar actueel: „De eeuwigheid zal de vrucht openbaren.”
Soli Deo Gloria.