Ds. G.J. van Aalst 40 jaar predikant

Home Nieuwsberichten Ds. G.J. van Aalst 40 jaar predikant

‘Wat valt er van mij te zeggen? Ik kan nooit stellen dat ik het goed heb gedaan, maar wel: de Heere was en is onuitsprekelijk goed’, zegt ds. G.J. van Aalst. Op donderdag 17 september staat hij veertig jaar in het ambt.

Als het weer het even toeliet, stapte ds. Van Aalst op de fiets om naar de Boezemsingel te gaan – eerst vanuit Ridderkerk en later vanuit Klaaswaal. In Rotterdam onderwees hij van 1994 tot 2018, bijna 25 jaar, mannen die werden opgeleid tot het ambt van predikant. Deze taak werd hem onverwacht op de schouders gelegd, toen ds. P. Honkoop wegens ziekte zijn docentschap moest neerleggen. 

Het lesgeven aan aanstaande broeders in de bediening deed ds. Van Aalst met vreugde. De studenten wisten: hun niveau was niet het belangrijkste; het ging erom dat zij woekerden met de hun geschonken talenten. Gestaag en met volharding. Ze wisten ook: wie luierde, had een probleem. Want: ‘Hem voortaan te leven van harte willig en bereid maakt’.  

Docent en decaan  

Leren en onderwijzen zitten ds. Van Aalst in het bloed. Juist daarom beleefde hij het als een bijzonder voorrecht dat hij de taak kreeg aan de Theologische School in Rotterdam te doceren. Voordat hij predikant werd, werkte hij als docent Duits en decaan in het middelbaar onderwijs. En eigenlijk is hij altijd een beetje leraar gebleven. Wie hem hoort preken, merkt dat ook. Soms legt hij iets uit alsof hij voor de klas staat. Typerend zijn zinnen als: ‘Let op: het gaat om drie kernwoorden’, of: ‘Dus nog een keer: horen, overdenken en doen’. 

Ook al is het inmiddels bijna 45 jaar geleden dat hij de schooldeur achter zich dichttrok, nog steeds kijkt hij met genoegen op zijn onderwijsloopbaan terug. ‘Als het aan mij had gelegen, had ik tot mijn pensioen in het onderwijs gewerkt. Maar de Heere ging een andere weg’. 

De 78-jarige emeritus zegt ‘met veel schaamte’ op de vlucht te zijn geweest voor het ambt van predikant. ‘Dwaas die ik was. Ik voelde waar het heen moest in mijn leven, maar ik wilde daar niet aan. Bij mijn schoonvader, ds. J. Baaijens, zag ik welke last op de schouders van een predikant ligt. Daar deinsde ik voor terug. We woonden de eerste vijf jaar van ons huwelijk in Klaaswaal. Daar werd ik, al heel jong, enkele malen verkozen tot ouderling. Maar ik bedankte. Ik dacht de oplossing gevonden te hebben door te verhuizen naar Nieuw-Beijerland. Daar werd ik echter al snel tot diaken gekozen. Ik dacht: als ik dat ben, dan is het wel goed. Maar ik kreeg geen rust voor mijn ziel. Uiteindelijk bleef alleen de weg naar het ambt van predikant over. Maar ik kan niet zeggen dat ik het pad daarheen met brandend verlangen liep, er was eerder sprake van een heilig moeten; een ‘wee mij’ als ik dit niet doe’.  

Gewillig en bereid 

Voor het curatorium mocht alles rustig en open voorgelegd worden. ‘Ik ben aangenomen. De Heere heeft mij met veel liefde en geduld gewillig gemaakt. Het is: ‘Ik wil, dus zij zullen’. Als ik soms vol vragen en bezwaren onder aan het trapje van de preekstoel sta, mag ik daarop terugvallen: ‘Heere, het moest toch van U?’ 

Ds. Van Aalst haast zich eraan toe te voegen: ‘Dat moeten is geen dwang. De Heere maakt Zijn knechten ook gewillig. Ik mag het ambtswerk met vermaak doen. Werken in de wijngaard van de Heere is een genadige verwaardiging. Het verkondigen van het Woord is de lust van mijn hart geworden. Mijn oogmerk is de mensen te binden aan het Woord van God als het enige middel tot zaligheid. Of men mij licht of zwaar vindt, vind ik helemaal niet belangrijk. De Bijbel zegt: ‘Indien iemand spreekt, die spreke als de woorden Gods’. Daar gaat het om. Het Woord heeft gezag. Dat moet in een preek opengaan. Dat moet beslag leggen’. 

De oud-docent benadrukt nog maar eens: ‘Nee, een preek is geen lezing of les. Het is Woordbediening, waarin het gaat om de vraag: Wat zegt de Heere tot ons door deze tekst? Maar het begint wel met zorgvuldige exegese. Als je gelooft in de woordelijke inspiratie, leg je een tekst ook woord voor woord uit. Dan ga je de prediking niet vullen door zijpaadjes te bewandelen, het spreken aan de hand van – zogenaamd geestelijke – ingevingen of het vertellen van bijzondere verhalen. Uiteindelijk moet in elke preek Jezus Christus als de enige Weg tot behoud ruim en duidelijk worden aangeprezen. In navolging van ds. A.F. Honkoop zeg ik: ‘Wie dat niet doet, heeft wel woorden gesproken, maar niet hét Woord gepreekt’’. (tekst gaat verder onder foto)

Drie gemeenten 

Ds. Van Aalst heeft drie gemeenten gediend: Benthuizen (1986), Ridderkerk (1992) en Klaaswaal (2003). In elk van die plaatsen heeft zijn schoonvader, ds. Baaijens, hem bevestigd. ‘Ik heb in elk van deze drie plaatsen ervaren dat er een band was met de gemeente en – belangrijker – dat de Heere daar betoond heeft van mij af te weten’. 

Benthuizen noemt ds. Van Aalst zijn eerste liefde. ‘Ja, dat schijnt een cliché te zijn. Maar het is echt zo. Nog altijd voel ik die band. Deze kerkenraad heeft ook mijn beginnersfouten, die iedere predikant in de eerste jaren maakt, verdragen. En gewaakt rond de studeerkamer’. 

Van Ridderkerk zijn vooral twee dingen bijgebleven: de kansel en de jeugd. ‘Die witmarmeren preekstoel tegen een donkere wand is mij echt dierbaar geworden. Daar heeft de Heere mij menigmaal Zijn gunst betoond. De preekstoel was te midden van het werk en de soms vele zorgen een plaats van verademing. Soms merkte je ook hoe er kracht van het Woord uitging’. 

Dat de jongeren ds. Van Aalst na aan het hart liggen, is duidelijk. Hoe druk hij het ook had, als hij iets voor jongeren kon doen, deed en doet hij dat graag. Als bijvoorbeeld de Jeugdbond hem vroeg om te spreken, ging hij daar graag op in. Catechiseren deed hij eveneens graag, net als het houden van preekbesprekingen. ‘Jongeren zijn daarin heel direct. Maar juist die onbevangenheid heb ik altijd gewaardeerd, ook al waren hun uitspraken niet altijd even gepolijst’. 

Dat hij ooit terug moest naar Klaaswaal, besefte ds. Van Aalst al geruime tijd voordat hij het beroep ontving. ‘Daar lag schuld. Ik was er weggevlucht. En daar komt de Heere vroeg of laat op terug. Innerlijk heb ik tegengestribbeld om deze weg te gaan. Maar toen de Heere mijn hart overboog en ik in 2003 naar de Hoekse Waard moest, heb ik mijn weg daarheen en mijn weg door Klaaswaal met blijdschap gereisd’. 

De Saambinder 

Naast het werk in de drie gemeenten en het doceren aan de Theologische School was ds. Van Aalst ongeveer dertig jaar (hoofd)redacteur van De Saambinder. ‘Dat was lastig en tegelijk mooi werk. De spannende vraag was: hoe bereik je wat de naam van het blad uitspreekt? Hoe kun je principieel en bindend bezig zijn? Juist in een tijd van mondigheid en polarisatie. Wat kunnen we ons binnen ons kerkverband druk maken over allerlei bijzaken. We vergeten vaak dat Petrus en Paulus totaal verschillende mensen waren, met verschillende accenten. Mijn oogmerk is altijd geweest om de gemeenten en de broeders bij elkaar te houden. En dat kan, als we samen bereid zijn hartelijk te buigen voor de Schrift en onze kostbare belijdenis’. 

Als ds. Van Aalst zijn ambtswerk desgevraagd moet samenvatten, wijst hij graag naar Jesaja 42:16: ‘En Ik zal de blinden leiden door den weg dien zij niet geweten hebben, Ik zal hen doen treden door de paden die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen en Ik zal hen niet verlaten’. Dat heeft de Heere waargemaakt, ondanks al mijn zonden, tekorten en eigenzinnigheid’. 

W.B. Kranendonk, Amersfoort 

Terug naar overzicht nieuws