Bidstond Generale Synode N.R.C.

Home Nieuwsberichten Bidstond Generale Synode N.R.C.

Dinsdagavond 15 september werd een bidstond gehouden, voorafgaand aan de Generale Synode van de N.R.C. (zustergemeenten overzee). Voorganger was ds. E. Hakvoort uit Norwich. De synode vergadert op woensdag 16 en donderdag 17 september te Grand Rapids Covell.

Ds. Hakvoort bediende het woord over Richteren 2:5: Daarom noemden zij de naam dier plaats Bochum; en zij offereden aldaar den HEERE.

Thema was: De Engel des Heeren bestraft Israël te Bochim. Achtereenvolgens stond hij stil bij: de aanleiding tot die bestraffing, de inhoud van die bestraffing en de vrucht op die bestraffing.

Israël verkeerde op de hoogte van Bochim. Bij de inname van Kanaän, hadden ze wel de inwoners van het gebergte verdreven, maar gingen ze niet voort om de inwoners van het dal te verdrijven omdat die ijzeren wagens hadden. Mensenvrees had de overhand in plaats van de vreze Gods. Ze woonden zelfs onder hen en hadden zich daarmee aangepast aan de wereld.

Liggen daar geen treffende lijnen naar vandaag? Waarom kan het zo stil zijn in het kerkelijk leven? Omdat we van nature met Israël wonen op de hoogte van Bochim; in onze natuurlijke hoogmoed. En omdat we de vijanden uit de laagte, de wereld en haar begeerlijkheden niet bestrijden maar handhaven. 

Toch is er nog een volk dat door hart vernieuwende genade mag begeren en beginnen te strijden tegen deze driehoofdige vijand. Daartoe gaat de Heere hen eerlijk behandelen en ontdekken. Zoals de Engel des Heeren, de Oud-Testamentische openbaring van Christus, Israël wijst op wie Hij voor hen geweest is in Zijn trouw, maar ook op wie zij voor de Heere geweest zijn in hun ontrouw, ongeloof, hoogmoed en wereldgelijkvormigheid, zo doet de Heere dat nog met Zijn volk.

De ontdekkende vraag klinkt daarbij in de ziel: waarom hebt gij dit gedaan? Als dat op het hart gebonden wordt, komt ook de vrucht openbaar. Geheel Israel hoort de bestraffing, maar het volk heft haar stem op een weent en leert in de weg van zonde beleven en zonde bewenen, dat zonder schuldoffer geen vergeving geschiedt. Zo maakt  de Heere plaats voor de enige offerande Christus Die Zichzelf vernederd heeft tot de dood des kruises.

Geve de Heere een waar schuldbesef, ook in het kerkelijk leven. En is dat niet het verlangen van elke ware ambtsdrager, dat ze een volk mogen ontmoeten dat wenend over de aarde gaat? Wenend vanwege de schuld, maar bij ogenblikken ook wenend vanwege het wonder dat de Heere in Christus naar zulk een heeft willen omzien? Dan mag ook het offer van dankerkentenis gebracht worden, Hem al onze geloften brengend. Hoe zalig is het volk dat dit geklank kent.

Terug naar overzicht nieuws