Opening
Synodevoorzitter ds. A. Schot opende de vijfde vergaderdag van de synode met een meditatie over 1 Timotheüs 3:15 en 16a.
De predikant ging in op de verschillende uitdrukkingen die daar worden gebruikt voor de kerk. In „het huis Gods” moet orde zijn, schetste de predikant. De „gemeente van de levende God”, die hij onderscheidde van „de kring van onze gemeenten” in brede zin, bestaat uit ware gelovigen, die omgang hebben met God.
Verder noemt Paulus de gemeente „een pilaar en vastigheid der waarheid”. „Het is de taak van de gemeente om de waarheid te dragen”, aldus de predikant uit Nunspeet. „Het fundament van de gemeente is Christus. Hij is Zelf ook de Waarheid.” Vanuit vers 16 noemde hij Christus „een geheim dat persoonlijk geopenbaard moet worden. Dat zal blijken in de praktijk van de godsvreze.”
Voor het eerst in de geschiedenis ontving de synode geen antwoord op het telegram dat de synode in september verzond aan het Koninklijk Huis, aldus de voorzitter.
Meldpunt Seksueel Misbruik
De GG kennen, samen met aanverwante reformatorische kerken, een stichting Meldpunt Seksueel Misbruik Reformatorische Kerken (SMRK) en een klachtencommissie. Deze commissie wordt vanuit het meldpunt ingeschakeld wanneer sprake is van een klacht over seksueel misbruik in een kerkelijke of pastorale gezagsrelatie, bijvoorbeeld door een ambtsdrager of een jeugdwerker.
De klachtencommissie brengt na feitenonderzoek een advies uit aan de betrokken kerkenraad. Uit het rapport van de commissie aan de synode bleek dat deze werkwijze in de praktijk problemen kan geven. Wat moet een kerkenraad doen die zich niet kan vinden in het uitgebrachte advies? Of wat kan een aangeklaagde of klager doen als deze het niet eens is met de conclusie en het advies?
Met de nu ingestelde toetsingscommissie ontstaat een mogelijkheid van beroep tegen het advies, door een kerkenraad, een klager of een beklaagde. De onafhankelijke commissie beoordeelt in zo’n geval het advies inhoudelijk.
In de toetsingscommissie zal ten minste één persoon plaatsnemen van buiten de betrokken kerken, zei ds. H. Brons (Moerkapelle), voormalig voorzitter van de klachtencommissie. Daarvoor is inmiddels iemand bereid gevonden met juridische expertise. „Het betreft iemand met verstand van het kerkelijk erf, maar zonder directe betrokkenheid bij onze kerken, waardoor de onafhankelijkheid zo veel mogelijk is gewaarborgd.”
Een mogelijk nadeel van de toetsingscommissie is dat het traject rond een klacht nog langer wordt, werd door enkele ambtsdragers opgemerkt. Ouderling J.M. van Koeveringe (Elspeet): „Daar gaat soms veel tijd overheen. Ondertussen loopt de spanning in een gemeente wel op.”
Ds. Brons sprak van „een onvoorstelbaar spanningsveld”. „Dat ervaren wij als klachtencommissie, maar de betrokkenen nog veel meer. Met name wanneer een zaak al in de openbaarheid is gekomen. We zetten als commissie alles op alles om dat spoedig te doen, daar wordt met veel inzet aan gewerkt. Daarom stellen we ook een termijn in waarbinnen in beroep mag worden gegaan bij de toetsingscommissie. Maar uiteindelijk staat de zorgvuldigheid voorop. Daar kunnen we geen ijzer met handen breken.”
Verschillende afgevaardigden vroegen welke status een advies vanuit de klachtencommissie heeft. Is dat bindend of vrijblijvend? Ds. W. Visscher (Amersfoort) drong erop aan het advies zwaar te laten wegen. „Als kerkenraad heb je de feiten niet onderzocht, daar heb je ook de expertise niet voor. Je staat op een informatieachterstand ten opzichte van de commissie. Daarom zou ik willen bepleiten dat het een dringend advies wordt.”
Tegelijk roept dat de vraag op hoe een dergelijk advies zich verhoudt tot het heersende kerkrecht. Ds. D. de Wit (Kesteren): „Ik zie de noodzaak van een klachten- en toetsingscommissie. Maar we nemen als synode wel een afslag wanneer een synodale commissie kan gaan beslissen wat een kerkenraad moet doen.”
Daarvan is geen sprake, gaf ds. Brons aan. „Heel bewust hebben we voor het woord advies gekozen. Een kerkenraad besluit zelfstandig. Wel wordt het advies gedragen door waarnemingen en overwegingen, om het zo stevig mogelijk te maken.”
Precies dat laatste geeft het wel een dringend karakter, stelde deputaat kerkrecht ouderling A.G. Bregman (Naaldwijk). „Een kerkenraad kan de motivering voor een besluit ontlenen aan het advies van de klachtencommissie, als ze dat overneemt. Als leek zou ik het niet zomaar aandurven om van zo’n advies af te wijken. Maar als een kerkenraad dat wel meent te moeten doen, dan zal dat gemotiveerd moeten gebeuren op basis van eigen onderzoek en expertise.”
De synode besloot tijdens een eerdere zitting in oktober al dat het niet meer mogelijk is voor kerkenraden om zonder motivatie af te wijken van een advies van de klachtencommissie. Door het geven van een motivatie ontstaat namelijk de mogelijkheid voor betrokkenen om tegen een kerkenraadsbeslissing in beroep te gaan via de kerkelijke weg.
Kanselboodschap
Het moderamen (synodebestuur) heeft een kanselboodschap voorbereid met daarin een oproep tot verootmoediging en bekering, die op de biddag zal worden voorgelezen in de plaatselijke gg’s. Synodeleden deden voorstellen voor aanvullingen.
Ds. H.J. Agteresch (Werkendam) waarschuwde voor de suggestie „dat bij jongeren de meeste wereldgelijkvormigheid gevonden zou worden.” Ds. M.H. Schot (Hendrik-Ido-Ambacht) pleitte voor een oproep tot kennis van de geloofsleer en tot huisgodsdienst.
Ds. S. Maljaars, assessor (tweede voorzitter) van de synode, antwoordde dat het moderamen de kanselboodschap liefst beknopt houdt. Besloten werd dat kerkenraden naast de kanselboodschap een brief krijgen met concrete zaken waarvoor dan in de biddagpreek aandacht gevraagd kan worden.
Toelage
De synode nam een nieuwe regeling aan voor een financiële toelage aan afgezette predikanten, die „vanuit oogpunt van barmhartigheid” plaatsvindt. De regeling stamde uit 1998 en behoefde herziening vanwege verouderde en onduidelijke bepalingen. Verschillende complicerende factoren bij afzetting –zoals: wat te doen voor de echtgenote bij inhechtenisneming of bij echtscheiding, en wat te doen bij ongewenste gedragingen– werden besproken.
Werkgroep militairen
De generale synode van de Gereformeerde Gemeenten (GG) besloot woensdag tot het instellen van een werkgroep militairen. Doel daarvan is toerusting bieden aan (doop)leden uit het kerkverband die werkzaam zijn bij defensie.
Dat zijn er ten minste 207, zei ds. P.D. den Haan. De predikant uit Rijssen-West was in het verleden zelf beroepsmilitair en nam deel aan de commissie die de wenselijkheid van zo’n werkgroep op verzoek van de synode had onderzocht. Bij dat onderzoek hoorde een inventarisatie van het aantal militairen binnen de GG. „Dat ligt ongetwijfeld hoger dan wij nu konden tellen.” De werkgroep richt zich daarbij bewust ook op de ondersteunende diensten bij defensie, zei de predikant. „Daar is niet minder behoefte aan toerusting, merkten wij.”
Bij zulke toerusting kan gedacht worden aan bijzondere pastorale zorg rondom bijvoorbeeld posttraumatische stressstoornis of bezinning op ethische vragen zoals het gebruiken van geweld of het houden van de rustdag. Ook zal de werkgroep de formele contacten onderhouden met defensie. Daarbij wordt gezocht naar samenwerking met andere kerken rond deze thematiek.
De werkgroep zal ondergebracht worden bij het deputaatschap kerk, gezin, jeugd en onderwijs (KGJO). Ouderling L.A. Kroon (Woerden) heeft zich al bereid verklaard om in de werkgroep zitting te nemen.
De GG hadden al eerder een deputaatschap voor militairen, maar dat werd in 2002 opgeheven.
Giftenstroom
De grote nood in de wereld heeft in de afgelopen jaren een forse giftenstroom losgemaakt binnen de GG. Het deputaatschap Bijzondere Noden zag sinds de vorige synode een toename van meer dan 60 procent aan inkomsten. De giften stegen met ruim 8 miljoen euro tot meer dan 21 miljoen euro in drie jaar.
Ds. C. van Ruitenburg (Tholen), voorzitter van het deputaatschap, sprak van een wereldwijd „bewogen periode”. Hij memoreerde daarbij de oorlog in Oekraïne, de oorlog in Israël en aardbevingen in Turkije en Syrië. Hij sprak uit „blij te zijn” met de grote giftenstroom, „tegelijk ervaren we dat het een druppel is op een gloeiende plaat. We proberen zo veel als kan te doen, met Gods Woord in de hand.”
Bijzondere Noden zet volgens het synoderapport in op controle op een goede besteding van het geld. Daarbij worden deputaten in de laatste jaren steeds meer gekoppeld aan projecten, zodat specialisatie ontstaat, onder meer door werkbezoeken.
Ouderling A.J. van der Maas (Aagtekerke) legde er de vinger bij dat het deputaatschap zich in de hulpverlening richt op 22 focuslanden. „Zou het niet beter zijn om minder focuslanden te hebben, zodat meer geïnvesteerd wordt in een duurzame vorm van hulp?” Ds. Van Ruitenburg gaf aan dat Bijzondere Noden het aantal landen in de afgelopen jaren om deze reden al heeft teruggebracht. „„In de landen waar we nu actief zijn, werken we samen met betrouwbare partners. Maar waar het aantal nog compacter kan, zullen we dat niet nalaten.”
Ouderling H.T. Groenendijk (Capelle aan den IJssel-West) vroeg of het deputaatschap ook gebruikmaakt van subsidies. Deputaat ouderling C.J. Hogendoorn (Gorinchem) vertelde dat dit in het verleden veel gebeurde, maar dat het deputaatschap hierin een andere lijn heeft gekozen nadat de overheid regelgeving veranderde. „Daar hoorde helaas bij dat je als voorwaarde voor een subsidie bij de hulpverlening geen aandacht meer mag besteden aan Gods Woord. Dat was voor ons een onbegaanbare weg.”
Ds. W. Harinck (Utrecht) pleitte voor meer voorlichting over de vervolgde kerk. „Soms krijg je de indruk dat hier weinig bekendheid over is.” Ds. Van Ruitenburg sloot zich hierbij aan. „De praktijk leerde ons dat als er veel aandacht voor noodhulp is, juist dit soort thema’s meer op de achtergrond raken. Terwijl we vinden dat de vervolgde kerk juist meer aandacht nodig heeft.” Om deze reden heeft het deputaatschap in de afgelopen periode een commissie vervolgde kerk opgericht.
Klimaatverandering
Hoe moet de kerk omgaan met de dreiging van een mogelijke oorlog en de ontwrichtende gevolgen daarvan voor de samenleving? Ook andere crises, bijvoorbeeld door klimaatverandering, kunnen de energie- en communicatie-infrastructuur verstoren. Over weerbaarheid daartegen gaat een commissie kerkenraden adviseren. De synode stemde in met een voorstel daartoe vanuit het deputaatschap kerk en overheid. Volgens het deputaatschap is het belangrijk dat bij dergelijke noodsituaties erediensten, pastoraat en diaconaat door kunnen gaan.
Commissie Catechese
De synode besprak verder het werk van de commissie catechese. Deze gaf in het verleden een catechisatiemethode uit, met leerlijnen rond onder meer het bekende vragenboekje van Abraham Hellenbroek en de Heidelbergse Catechismus. Commissievoorzitter ds. A. Schot (Nunspeet) wees op het belang van catechese, maar ook op de weerbarstigheid daarvan. „We staan in dezelfde tijd als onze jongeren. Daarin is het overbrengen en inscherpen van de goddelijke waarheden niet eenvoudig.” Mede om deze reden kwam de commissie in de afgelopen periode tot een herziene uitgave van de methode.
Enkele afgevaardigden deelden ervaringen vanuit de catechese. Daarbij werd aandacht gevraagd voor de noodzaak van het uit het hoofd leren van lesstof en voor de moeilijkheidsgraad. Ds. A. Schot benadrukte in reactie dat de methode „een middel is, geen keurslijf. Het is uiteindelijk de catecheet die het verschil maakt; hoe de ouderling of predikant de les invult, dát blijft hangen bij de jongelui.”
Ouderling M.J.W. Hoek (Gouda) vroeg of de commissie wil onderzoeken of het mogelijk is tot een verdergaande hertaling van de vragen en antwoorden van Hellenbroek te komen. Ds. H.J. Agteresch (Werkendam) bepleitte de noodzaak van aandacht voor apologetiek tijdens catechisatielessen. „Ik mis in onze gemeenten goede boeken daarover. We moeten jongeren handvatten bieden om hun plaats in te nemen in onze maatschappij.”
Naar aanleiding van een vraag van ds. J.M.D. de Heer (Rotterdam-IJsselmonde) onderstreepten meerdere synodeleden het belang van de behandeling van de ”Korte lessen over Kort Begrip” van ds. G.H. Kersten tijdens de belijdeniscatechisatie. Ds. G.W.S. Mulder (Ridderkerk): „Dit geeft jongelui de gelegenheid om grondig door een stukje werk van ds. Kersten heen te gaan. Daarin adem je de sfeer waarin onze gemeenten zijn gebakerd.”
Ds. D. de Wit (Kesteren) vroeg of dit in de kerkvisitatie aan de orde kan worden gesteld. „Zo bevorderen we dat onze jongeren in alle gemeenten in dezelfde leer worden onderwezen.” De commissie kreeg mandaat om te onderzoeken of in de gemeenten behoefte is aan een handreiking bij het behandelen van dit boek en om die desgewenst ook op te stellen.
Timotheüs
De generale synode gaf de commissie toerusting toestemming om door te gaan met de podcastserie Timotheüs. Het gaat daarbij om uitleg van de geloofsleer door predikanten en ouderlingen, bedoeld voor jongeren.
Redactielid ouderling S.R. van Klinken, inmiddels evangelist te Emmen, is vervangen door ouderling J. van Gurp (Gouda). De synode stimuleert de redactie om de bekendheid van Timotheüs te vergroten en ook podcasts te maken over actuele onderwerpen.