Opening
Tijdens de opening van de zesde en laatste zittingsdag mediteerde assessor (tweede voorzitter) ds. S. Maljaars over Psalm 89:3a: „Want ik heb gezegd: Uw goedertierenheid zal eeuwiglijk gebouwd worden.”
De psalm is geschreven in „moedbenemende omstandigheden”, zei de predikant uit ’s-Gravenpolder. Hij trok een lijn naar vandaag: „Terwijl wij vergaderen, gaan de ontwikkelingen door. Niet voor niets gaat van de synode een kanselboodschap uit. Er is nood in de wereld, maar ook in de kerk.”
Juist in die nood spreekt Ethan echter zijn geloofstaal, zei de predikant. „Gods goedertierenheid: dat is Zijn eeuwige verbondsliefde, de trouw van Zijn genadeverbond. Die wordt zelfs in de donkerste tijden gebouwd, omdat Christus dat in de eeuwigheid gesproken heeft.”
Ambtsdragers moeten niet denken dat ze zelf Gods gebouw bouwen, hield ds. Maljaars de afgevaardigden voor. „Wel schakelt de Heere mensen in, als kleine bouwvakkertjes.” Zij hebben de opdracht, zo citeerde hij de 18e-eeuwse predikant Jan Jacob Brahé uit diens verklaring over Psalm 89, „om zich hemels te gedragen, het aardse te versmaden en lijdzaam te zijn in tegenspoed”. „En dat in de wetenschap dat wij voorbijgangers zijn. Er zullen er hier zijn die vandaag voor het laatst op de synode zijn. Maar als we zien dat Gods werk zo vast ligt in Christus, dan zeggen we: Laat mij maar verdwijnen, maar laat dat gebouw verschijnen.”
Echtscheiding
Een kerkenraad heeft niet de ruimte om op grond van „gewetensnood” standaard geen medewerking te verlenen aan een tweede huwelijksbevestiging na een echtscheiding vanwege overspel.
Dat sprak de generale synode van de Gereformeerde Gemeenten donderdagochtend uit. De particuliere synode Zuid-West had hierom verzocht. De eerdere richtinggevende synodelijn over huwelijk en scheiding, uitgegeven onder de titel ”De heilige huwelijke staat”, kent overspel als wettige grond voor echtscheiding. Wie zo „wettig” gescheiden is, kan in principe ook weer kerkelijk in het huwelijk bevestigd worden. Het boek geeft echter ruimte aan een predikant die hier vanwege zijn geweten moeite mee heeft om niet mee te werken aan de huwelijksbevestiging. Maar een kerkenraad heeft die ruimte niet, stelde de particuliere synode. De generale synode bekrachtigde dit nu.
Ds. A.T. Huijser (Rijssen-Noord) vroeg hoe een kerkenraad moet handelen die in het geheel geen ruimte ziet voor de bevestiging van een tweede huwelijk, ongeacht de reden voor de eerdere scheiding. „Moet een kerkenraad die na onderzoek van de Schrift deze visie heeft tegen het eigen geweten ingaan?”
Recht
Ds. M.H. Schot (Hendrik-Ido-Ambacht), voorzitter van de commissie die de thematiek heeft onderzocht, gaf aan dat precies hier de problematiek om draait. „Kerkelijk is afgesproken dat er ruimte kan zijn voor een tweede huwelijk na overspel. Een kerkenraad kan daar niet zomaar van afwijken, want het gaat hier om een recht van zo’n persoon. Wel kan een kerkenraad na afweging van een individueel geval tot de conclusie komen dat ze niet achter een huwelijksbevestiging kan staan. Maar tegen zo’n besluit is dan een beroep mogelijk via de kerkelijke weg.”
Deputaat kerkrecht ouderling A.G. Bregman (Naaldwijk) gaf aan dat een classis daarbij richting een kerkenraad kan aangeven dat het besluit in strijd blijkt met de lijn die is uitgesproken in ”De heilige huwelijke staat”. Tegelijk wees hij op de mogelijkheid voor een kerkenraad die hiermee worstelt om zelf de kerkelijke weg te bewandelen. „Men kan het verzoek indienen om dit boekje te wijzigen. Maar zolang de generale synode niet anders heeft besloten, geldt de lijn zoals die er ligt.”
De commissie heeft zich op verzoek van dezelfde particuliere synode ook gebogen over de problematiek rond echtscheiding na geweld. Daarvoor is een pastorale handreiking geschreven waarover de synode donderdag in gesprek ging.
Ook deze handreiking betekent geen inhoudelijke wijziging ten opzichte van de eerdere synodelijn, lichtte ds. Schot toe. Staan blijft dat echtscheiding alleen na bewezen overspel is toegestaan. Bij echtscheiding op andere gronden is het volgens de notitie „noodzakelijk dat kerkelijke tucht wordt toegepast”.
Begrip
Daarbij spreekt de handreiking uit dat begrip nodig is voor de „uiterst moeilijke situatie” waarin mensen verkeren. Geweld is tuchtwaardig als zonde tegen het zesde gebod. Bovendien kan geweld zo’n omvang hebben dat samenleven onhoudbaar is geworden. Voorzitter ds. A. Schot (Nunspeet) verwoordde: „Er kan een situatie zijn waarin je tegen een vrouw moet zeggen: Je moet niet naar huis gaan, want dat is levensgevaarlijk.”
Ouderling M.J.W. Hoek (Gouda) vroeg of in de notitie nadrukkelijker aandacht kon komen voor het pastorale traject voorafgaand aan een echtscheiding, waarin een kerkenraad alle mogelijkheden benut om te proberen die te voorkomen. Ook vroeg hij of de mogelijkheid van een scheiding van tafel en bed duidelijker ter sprake gebracht moet worden vanuit de kerkenraad. „Dan kan een huwelijk in stand blijven.” Verschillende afgevaardigden benadrukten dat zo’n scheiding weliswaar noodzakelijk kan zijn, maar dat kerkenraden terughoudend moeten zijn daar zelf actief op aan te dringen.
Ds. P.J. de Raaf (Boskoop) vroeg aandacht voor het „maximaal oprekken van psychische oorzaken als reden voor echtscheiding”. „Ik bedoel dit niet als een pleidooi voor daders. Laat veiligheid vooropstaan. Maar worden termen als narcisme soms niet heel gemakkelijk gebruikt, ook wanneer dat niet door een expert is aangetoond? Het voelt snel als een aanval wanneer je dit inbrengt en aan moeilijke situaties wil ik niet afdoen. Maar mag de Bijbelse notie van verdraagzaamheid en lijden ook binnen een huwelijk een plaats houden? Met het gebed dat de Heere bekering kan geven.”
Het moderamen zal de aangepaste handreiking onder kerkenraden verspreiden.
Corresepondentieband
De Gereformeerde Gemeenten (GG) kunnen op vier niveaus een correspondentieband hebben met andere kerkverbanden in binnen- en buitenland. Dat is de inhoud van een voorstel van de commissie correspondentieband, die de generale synode van de GG in haar septemberzitting instelde. De synode nam donderdagochtend het voorgelegde kader van de commissie over.
De vier typen correspondentieband zijn: 1. beperkt (herkenning op basis van overeenkomst in de leer); 2. type 1 met wederzijdse aanvaarding van attestaties; 3. type 2, aangevuld met openstelling van kansels voor predikanten die tijdens officiële bezoeken hun kerk vertegenwoordigen; 4. volledig (inclusief volledige openstelling van kansels, beroepbaarstelling en wederzijds opzicht over de leer). Type 2 geldt bijvoorbeeld in de band van de GG met de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland, type 3 voor de band met kerken die uit zendingswerk van de GG ontstonden en type 4 voor de band met de Noord-Amerikaanse zusterkerken.
Het kader noemt als „noodzakelijke elementen van overeenkomst” in de leer: de Bijbel en de belijdenisgeschriften, alsook de visie van de GG op sacramenten, verbond en ambt. Enkele afgevaardigden deden voorstellen voor concretisering, bijvoorbeeld over moderne hermeneutiek en de visie op het huwelijk.
Zelfbeproeving
Ds. W. Visscher (Amersfoort) pleitte ervoor om daarin terughoudend te zijn. „Het moet voldoende zijn dat je het in letter en geest over Schrift en belijdenis eens bent. Als je een lijstje met concrete punten gaat maken, zal dat steeds langer worden.” De synode nam uiteindelijk in gezamenlijkheid twee aanvullingen over: de drie stukken in de zelfbeproeving voor het Heilig Avondmaal en het benoemen van het Schriftgezag.
Aan het werk van de commissie lagen specifieke vragen ten grondslag. De commissie besloot echter een algemeen geldend beleidskader te schrijven zonder concrete voorstellen voor die situaties. Wel schreef ze er in informatieve zin over aan de synode.
Zo had de Nieuw-Zeelandse gemeente Carterton de synode verzocht om een andersoortige band met de GG, onder meer omdat ze door hun geïsoleerde positie in vacante periodes kwetsbaar zijn. De gemeente kan nu op basis van een van de vier typen in het kader een nieuw verzoek indienen. Dat kan dan op de volgende synode worden behandeld, legde commissievoorzitter ds. W. Harinck (Utrecht) uit. Hij erkende naar aanleiding van enkele vragen dat het belangrijk is om „verbinding te houden met de gemeente” en dat dat „niet altijd eenvoudig is”.
Ds. Ude
Ook lag de uitzonderlijke positie van ds. N.I. Ude op de synodetafel. Deze emeritus predikant van de Nigeriaanse zusterkerken van de GG woont, sinds hij uit dat land vluchtte, in Dordrecht en is nu GG-lid. Enkele commissieleden spraken de achterliggende tijd met hem. Voor hem geldt dat hij zich kan wenden tot de classis om toegelaten te worden tot het predikantsambt in de GG. Dat is de weg van de Dordtse Kerkorde artikel 9, legde ds. Harinck uit. Deputaatschap buitenlandse kerken zegde toe een dergelijk verzoek „broederlijk” te begeleiden.
Het deputaatschap kerkelijke eenheid kan het nieuwe kader correspondentieband gebruiken in verkennende gesprekken met andere kerkverbanden, aldus de commissie. Dat geldt bijvoorbeeld met betrekking tot het verzoek van de Schotse Free Church (Continuing) tot een correspondentieband.
Het kader gaat ook gelden als richtlijn voor andere deputaatschappen, zoals dat voor Israël in zijn contacten met de gemeente Nechama in Nof HaGalil en het deputaatschap voor de zending in contacten met zendingskerken.
Onder anderen ouderling J.M. van Koeveringe (Elspeet) vroeg of het deputaatschap kerkelijke eenheid opnieuw aan de Gereformeerde Gemeenten in Nederland kan verzoeken om elkaars attestaties te aanvaarden (type 2). Ook enkele deputaten kerkelijke eenheid vroegen de synode zich uit te spreken op dat punt. De synode besloot dat zo’n officieel verzoek „meer doordenking” vraagt.
CGO als stichting
Het Centrum voor godsdienstonderwijs (CGO) wordt definitief omgevormd van een stichting naar een deputaatschap. Daartoe besloot de synode donderdagmiddag. De synode nam dit besluit al in oktober, toen nog op voorwaarde van enkele wijzigingen in de conceptstatuten. Ds. A. Schreuder (Beekbergen), voorzitter van het CGO, meldde verder dat de accreditatie van overheidswege voor de hbo-opleiding in Gouda voor vier jaar is verlengd.
Het deputaatschap voor evangelisatie bood de synode een samenvatting van haar beleidsplan aan. Ook leverde ze een schets aan van alle geldstromen rond evangelisatiewerk in het geheel van de GG. Door decentralisatie in het beleid zijn de afgelopen jaren steeds meer verantwoordelijkheden (bestuurlijk en financieel) lager komen te liggen, bijvoorbeeld bij de classis of de plaatselijke gemeente. Tegelijk zijn er nog posten die door het landelijke deputaatschap worden gefinancierd. Op de synode leefden verschillende vragen over het complexe totaalplaatje.
Deputaatschappen
Deputaatschappen in de Gereformeerde Gemeenten (GG) gaan zichzelf tegen het licht houden op goed bestuur en toezicht. Dat besloot de generale synode van het kerkverband donderdagmiddag op voorstel van de commissie goed bestuur. Die was ingesteld na een verzoek van de particuliere synode Oost. Aanleiding daarvoor was een artikelenserie in het Reformatorisch Dagblad in 2024 over falend bestuur bij een reformatorische organisatie.
In het rapport van de commissie staan allerlei normen voor goed bestuur, zoals over verschillende rollen, conflictoplossing en transparantie.
Verschillende afgevaardigden vroegen of alle richtlijnen uit het rapport moeten worden opgevolgd, omdat ze die als „overweldigend” of „ingrijpend” ervaren of vrezen voor „over-organisatie”. „Niet alles hoeft per se opgevolgd te worden”, antwoordden de commissieleden ds. H.A. van Zetten (Nieuw-Beijerland) en ouderling M.J.W. Hoek (Gouda). „Het principe is: Pas toe of leg uit. Belangrijk is dat je rekenschap geeft van wat onder goed bestuur verstaan wordt.”
ANBI-regeling
Ds. A. Schot (Nunspeet) erkende het belang van goed bestuur, maar vreesde dat het voor deputaatschappen een te zware last wordt als ze zich hierover uitgebreid voor de synode moeten verantwoorden. Uiteindelijk besloot de synode dat elk deputaatschap „zichzelf rekenschap gaat geven” van goed bestuur en daarover „globaal rapporteert” aan de volgende synode.
Tijdens de middagvergadering besprak de synode het werk van de financiële commissie. Dit is een vast onderdeel van de synodevergaderingen. De commissie wordt tijdens de eerste zitting samengesteld door de synode en evalueert de financiële verslagen van verschillende deputaatschappen.
De synode nam de aanbevelingen van de financiële commissie over. Belangrijk aandachtspunt daarbij bleek veranderde regelgeving over de ANBI-regeling, waaronder ook kerken vallen. De overheid heeft het maximum aangescherpt van financiële reserves die instellingen mogen hanteren, de zogeheten „anti-oppoteis”. De financiële commissie adviseert deputaatschappen de eigen reserves hierop te onderzoeken.
Theologische School
Op een vraag van ds. W. Harinck (Utrecht) of dit ook van toepassing is op kerkenraden, antwoordde de voorzitter van de financiële commissie ouderling A. Hak (Alblasserdam) bevestigend. „Er moet dan ook actie op worden ondernomen richting onze gemeenten om te evalueren wat hierin nodig is.” Het deputaatschap kerkelijke dienstverlening zal aan deze evaluatie invulling geven.
Een andere aanbeveling betrof het curatorium van de Theologische School. De commissie adviseert de arbeidspositie van de docenten opnieuw tegen het licht te houden; dit met het oog op de sinds vorig jaar geldende strengere handhaving op schijnzelfstandigheid.
Aan het einde van de synodezitting bleek dat de gevraagde financiële bijdrage vanuit gemeenten behoorlijk zal stijgen. Redenen daarvoor zijn onder meer de inflatie die nu verrekend wordt, maar bijvoorbeeld ook de woensdag ingestelde commissie militairen en de toetsingscommissie rond seksueel misbruik. De synode besloot dat gemeenten worden aangeschreven om de verhoging toe te lichten.
Roepende kerk
Synodevoorzitter ds. Schot besloot de synode met een overdenking vanuit 1 Korinthe 12. De volgende generale synode zal in september 2028 bijeenkomen in Gouda. Als roepende kerk wees de synode de gemeente van Genemuiden aan. De bidstond zal gehouden worden in Werkendam.